Tuesday, December 31, 2013

Lokale politiek en de domheid der dingen

Caligula's sea fighters
 

Ik heb bij veel verkiezingen voor de gemeenteraad verstek laten gaan. Het heeft geen zin. Het groepje lokale volksvertegenwoordigers en kandidaten waar wij hier in Katwijk uit mochten kiezen, was het niet waard om naar de stembus te gaan. Dat kan in 2014 wellicht anders zijn, nu eindelijk eens een intelligent denkende Katwijker met een nieuwe lijst z'n opwachting maakt om z'n stem in de raadszaal te laten horen.

Ik verzet me tegen het standaardverwijt, dat als je niet stemt, je ook niet mag meepraten. Alsof niet stemmen niet evengoed een politiek statement kan zijn. Alsof je verplicht bent om je steun te verlenen aan een groep of kandidaat waar je niet achter kan staan. Ach, lokale politiek. Het domein voor mensen die netwerkmogelijkheden of belangen zien, die een invulling voor hun vrije tijd zoeken, maar daarbij tekortschieten in democratische waardigheid.

'Populisme' verweet de CDA-lijsttrekker een columnist van een lokale krant, omdat hij kritische kanttekeningen plaatste bij het gebrek aan afstand tussen raad en college. Triest hoe de afgelopen tijd mensen die het wagen hun twijfels uit te spreken over het functioneren van het college, en het vermeende gebrek aan controle door de raad, zowel vanuit college als raad worden neergesabeld. Goed afgekeken van de lokale merites in het Italië van Berlusconi waarschijnlijk. Wat een beperkte kijk op je eigen lokale politieke functioneren. Wie een beetje breder naar verschillende opvattingen in de politieke theorie kijkt, ziet dat er de laatste tijd wel meer kanttekeningen worden geplaatst bij de politieke cultuur in ons land. Ik verwijs bijvoorbeeld naar Willem Schinkel (De nieuwe democratie), of zelfs naar een van mijn eerdere blogs The dictiatorship of the ignorant and mediocre.

Politiek onderdeel van een netwerkcultuur
Onze politieke cultuur is het resultaat van een staatkundige, maatschappelijke en sociale ontwikkeling die sinds de 11e eeuw is geculmineerd in het doodlopende spoor waarop democratie vandaag de dag is beland. Hadden wij maar Founding Fathers gehad, zoals de Amerikanen. Die hadden een duidelijk beeld van hoe de samenleving er uit moest zien. Niet dat zij daar nu met voldoening op zouden terugkijken, maar het had ons tenminste een ijkpunt gegeven. Dan hadden zij gezien hoe onze democratie zich heeft ontwikkeld tot een belangenstrijd, waarbij principes het veld hebben moeten ruimen. Dat wreekt zich eens te meer bij lokale politiek, die in een netwerkcultuur is veranderd: het domein van ondernemers om zakelijke belangen te behartigen, van vertegenwoordigers van verenigingen die hun belangen veilig gesteld willen zien en van huisvrouwen met een empty nest-syndroom die inhoud willen geven aan hun verder lege bestaan. Intellectuele minkukels, die niet in staat zijn om hun politieke gedrag in overeenstemming te brengen met voor hen wellicht te abstracte democratische principes, waar zij niet bij kunnen aanhaken. Een lokale politieke elite die zich thema's toe-eigent, met voorbijgaan van wat de inwoners echt belangrijk vinden. Dit was nooit de bedoeling van politiek. Lokale politiek als de perverse expressie van een gedevalueerde democratie.

Proeve van bekwaamheid
Een oplossing? Wie het weet, mag het zeggen. Misschien moeten volksvertegenwoordigers proeven van intellectuele bekwaamheid afleggen. Uiteindelijk mag je pas autorijden als je een rijbewijs hebt, zwemmen met een zwemdiploma, en in menige professie word je pas aangenomen als je over de juiste kwaliteiten beschikt – maar dat geldt allemaal niet voor onze vertegenwoordigers. Misschien moeten volksvertegenwoordigers helemaal kunnen worden vrijgemaakt uit hun dagelijkse beslommeringen, zodat we fulltime raadsleden hebben, waarvan we kunnen verwachten dat zij zich bekwamen, alle stukken lezen, en een intelligente bijdrage leveren aan het bestuur van een gemeente. Dit zijn echter onderwerpen waarmee je juist bij onze zogenaamde politiek geïnteresseerden niet hoeft aan te komen. Ik heb het allang opgegeven om mij in politieke discussies te begeven, omdat principiële politieke keuzes worden weggehoond – ik noem zaken als hervorming van het kiesstelsel, de gekozen burgemeester of de belangenverstrengelingen tussen bedrijfsleven en politiek. Het gaat de gesprekspartners waarschijnlijk ver boven de pet. Daarom is de politiek failliet. Karl Marx voorzag in zijn overigens briljante politieke economische analyse een 'dictatuur van het proletariaat'. Die is er nooit gekomen – de communistische dictatuur was niet anders dan een tegenpool van de kapitalistische dictatuur. Maar we hebben wel iets anders gekregen. Sub-intelligente partijvertegenwoordigers, die niet in staat zijn om grotere elementaire democratische principes te doorgronden, hebben ook op lokaal niveau belangen boven democratische participatie gesteld. Ziedaar, de dictatuur van de middelmaat. Maar ach, met een kerststerretje moet iedereen toch tevreden zijn? Misschien toch maar weer niet stemmen deze keer.

Wednesday, November 27, 2013

Famous! | Beroemd! | "Awe inspiring image"


And here it is! The December issue of BBC Focus Magazine, with my Rhône Glacier photo in the 'Magapixel' section: Awe inspiring images of the world of science. Photo: Martin van Duijn. Published around the globe in seven languages for the international English edition, and the editions for Russia, Bulgaria, Italy, Sweden, Greece, Romania and Norway. My moment of fame?
sciencefocus.com/
You can find the photo here on my stream:
bit.ly/IiNJSx

En hier is 'ie dan! Het december nummer van BBC Focus Magazine, met mijn photo van de Rhône gletsjer in de 'Megapixel' pagina's: Awe inspiring images of the world of science. Photo: Martin van Duijn. Over de hele wereld uitgebracht in zeven verschillende talen, in de internationale engelstalige editie, en de edities voor Rusland, Bulgarije, Italië, Zweden, Griekenland, Roemenië and Noorwegen. Ben ik eventjes beroemd!
sciencefocus.com/
Je kunt de foto hier op mijn photostream vinden:
bit.ly/IiNJSx

Wednesday, October 16, 2013

A privileged man


When I looked at young man sitting next to me, I suddenly realized how special the situation was. The absence of boundaries, not feeling reserved whatsoever, being part of a cosmos that includes two different generations, may be a recognizable feeling for those who are parents. But when that entire spectrum of feelings and experiences that accompany that thing called parenthood is not yours, a relationship like this is all the most significant to me.

Years ago I found myself in a somewhat awkward situation. Objectively it may not have been so odd, but I did feel a bit uncomfortable. While visiting the spa in Noordwijk with the teenage son of my cousin - who we shall call my nephew here - and taking a shower, I noticed a man and a woman walking in. I instantly recognized the guy as someone who used to work at that same spa, and who left for a trip around the world a year before. Both took position right across us. There was no way to quietly slip away, and this was one talkative guy. And you don't tell about a world trip in one minute. Call me old fashioned, but he and his girlfriend were standing in full frontal view right before us. I felt uncomfortable. Physical inconvenience added to my mental uneasyness. The showers were hot and damp, and the story rolled on and on. Too cowardish to end the conversation myself, I projected my discomfort on my nephew. “You must be melting by now, is it time to leave?” I looked at him. He was leaning against the wall, relaxed, the warm water rushing down his body. “I'm fine,” he said. “I'm listening to the stories.” It was the first and last time that I tried to use him for my own advantage.

People who have children are part of their offspring's lives. Well, at least, that's how it is supposed to be. Maybe even without noticing it, they have their feelers in the world of younger generations. That is a valuable privilege. It is all too easy to focus yourself on the mindsets of the people your own age when there is no younger generation in your life. There's a genuine danger here. You might get stuck in those 'it was better back when we were young' thoughts and a new grumpy old man is born. For sure, things are not always better now, but younger people are not doing it the wrong way by default. Why is it, that we tend to think that they always need our advice and that they are never able to sculpt their lives without our guiding hands? 

Photo taken during a New England, Maine and Quebec trip many years ago.
We stayed in this motel at Lac Mégantic, Quebec.

But let's not get too philosophical here. It could squeeze all joy out of life. Fact is however, that a 24 year age difference seems to evaporate when we get together. Were we, some 15 years ago, both just the persons and role models we were both looking for? Whatever it was, it did not only bring friendship, but for me it also opened the door to the world of younger generations. Maybe my only chance to be part of what otherwise would most likely be unknown to me? I enjoy their dynamics, but also see their challenges, like the problems that are confronting young parents. There are people who simply turn away the moment the responsibilities of friendship include a genuine effort to listen to what young people have to deal with. I can't do that. It's all in the game. Friendship is non-committal.

Last Saturday was our monthly sauna visit. It has been that way for thirteen years. Of course, these are not the only occasions we see each other, but it is the perfect way to sit down and listen to the latest updates on kids and school, work and recession, the weekend away with the in-laws. There were serious moments, and there was laughter, because after all, men will always be boys. There were coffee, beer and smoked salmon baguettes. Just the two of us for a few hours. It could have been so different. Suppose we never grabbed that opportunity to get to know each other?
It was a precious day. I am a privileged man.

Thursday, October 10, 2013

Hop in, dismiss, oh, what a relief it is

The moon river pace, like from the song. No obligations, no plans, no schedules or timetables, no travel guides. Tired, I was so tired, because of work and all the social responsibilities that cross the path of your life. Are you familiar with the feeling of being too tired to go away on a vacation? That you need a couple of days of emptiness before you can embark on your annual tour?


The tiredness culminated in canceling my initial travel plan. A trip that I would have laughed at years ago, felt like crossing the Himalayas now. So, initial plans were not only postponed, but put away with the garbage altogether. A new plan was drawn up, that, to be honest, could hardly be called a plan. But I loved it.

To avoid driving for too many hours on that frenzy called German Autobahn, the trip was divided into three stages. Must be sign of getting older, I'm sure. Years ago, I did not mind the hectic pace on the Autobahn. But pace implies progress, and in recent years Autobahn progress has become a contradictio in terminis. Anyway, a pleasant two and half hour drive brought us to Bad Bentheim, that lovely small town just across the border. Staying in the comfortable Kurhaus Hotel, and no real plans here, as 37 degrees Celsius weather did not invite to do anything that required any effort. Getting rid of that compulsory feeling that you do need to set goals in your vacation, that you just have to visit certain places, was a liberating feeling. So, wandering around a town without a destination, relaxing in a new sauna wellness center and outside dining did for me what I needed. And visiting a few sights in the area ad random just because I felt to go there. This blueprint repeated itself a few times – short drives of two or three hours at the most, leaving the Autobahn and travelling over rolling back roads through lovely scenery. And then nice hotels waiting, al fresco dining, forest walks and fabulous spas like Bali Thermen in Bad Oeynhausen, and the wonderful Kristal Thermen in Altenau, Harz – wonderful, because you can find relief for arthritic problems there. Didn't I mention I'm getting older?
So, why do so many people have the conviction that their vacations should be packed with preplanned trips and excursions dictated by a pile of travel guides and websites that they felt had to be consulted?

Relaxing. No one looking over my shoulder. No plans. No travel guides. That sums up my German days this summer. Just enjoying the moment and clearing out your mind. That's what I needed. It's the feeling I get when I hear that great classic song Moon River. It creates a comforting state of mind. Nothing rushing you. That's what a vacation should do to you. Take my advice. Embrace nothing for a change.

The title of this blog was inspired by a line in the song 'Yellow Beach Umbrella', a track from the Bette Midler album 'Broken Blossom'.

Tuesday, October 8, 2013

Beach off limits

Beach off limits. It's not allowed to enter the Katwijk beach area right in front of the town this winter. The entire beach will be moved 100 meters west, into the North Sea, and a new artificial dune, with a dike constructed under, will be created in that area. All beach restaurants have been removed. Reason: the Katwijk coast is too vulnerable if you take the rise of the sea level and expected severe storms as a result of climate change in account. 

If the Katwijk coast would collapse, an area where one million people live may be floaded. This is a national project of course, not something that is implemented by the Katwijk town council. The beach and the dunes are not Katwijk's own domain - they are the responsibility of what in the USA would be the US Corps of Engeneers and the National Forest Service.

Katwijk makes use of this project to build a new underground car park for 700 vehicles. The entire project will cost € 29 million. There's a considerable downside: you won't be able to see the North Sea anymore from the seaside Boulevard, but there will be a pedestrian trail over the new dune, so that you can see the ocean from there. There are people who want to hold on to the current situation, because sentiments over how the Katwijk beach should look are important to them. But I don't mind. The Katwijk seaside Boulevard is not the best business card for our town, and for a defining facade you should expect something better. Architecture is horrid, as a result of money driven development plans, influenced by a conservative view on Katwijk's tourism based economy in the early 1950s. During 1942 and 1943 all structures along this Boulevard, apart from a few landmarks such as the Old Church, were demolished by ordenance of the Nazi occupiers, up to 200 meters from the beach. Gone were the many Victorian hotels with their beautiful porches and facades. And they never returned after 1945. Brick attached homes, as if they were built from a box of Lego stones and designed by a six year old, came to dominate the most important recreational area in this town.

In later years the Boulevard suffered from the growing number of cars, while in recent years speed cyclists added terror to motorists and pedestrians alike. Never had our town council the refreshing thought to make it a one way road. The Boulevard is not a place I'd like to spend a nice summer's day. And why should I? Too many cars, too many people, and only a handful of third rate restaurants. All in all, a symphony of missed oppertunities.

I'm looking forward to see how the new beach will look. An extra dune of 100 meter should create a more natural environment, and a much needed distance from the crowded Boulevard. The less you sense its presence, the better it will be. I remember visiting Tybee Island beach in Georgia, and how wonderful it was that you had to walk some 100 meters through a dune area to get to the ocean, as this photo shows >

April 1, 2014, the beach and the wooden pavillion restaurants will open again.

Thursday, September 26, 2013

Donna Tartt | The Goldfinch | Het Puttertje



And so here it is, Donna Tartt's much anticipated third novel The Goldfinch, or, in Dutch, Het Puttertje, all 925 pages of it. Once again The Netherlands have the honour of the premiere of this novel. Now, if I can only make it through all these pages - reviews are mixed, ranging from brilliant to boring. Wrote a blog on this novel months ago, that ended high in the Bing and Google search results:
http://grassharp.blogspot.nl/2013/04/donna-tartt-goldfinch-is-upon-us.html

En dan is 'ie er uiteindelijk, Donna Tartt's lang verwachte derde roman Het Puttertje, 925 bladzijden dik. Als ik er nu maar doorheen kan komen. De recensies zijn verdeeld, varierend van briljant tot saai. Maanden geleden schreef ik er al een blog over, die hoog bij Bing en Google in de zoekresultaten tevoorschijn kwam.
http://grassharp.blogspot.nl/2013/04/donna-tartt-goldfinch-is-upon-us.html

Saturday, August 24, 2013

Daphne & Joe

We had a wedding in the family yesterday. My niece Daphne married her Joe. She was a gorgious bride. When she emerged from the wedding car, people - even random tourists there - started cheering and applauding.

We hadden gisteren een bruiloft in de familie. Mijn nichtje Daphne trouwde met haar Joe. Ze was adembenemend mooi. Toen ze uit de auto stapte op de binnenplaats van de Markiezenhof in Bergen op Zoom begon iedereen, zelfs toeristen, te juichen en te applaudiseren.

Youtube 1
Youtube 2
Flickr

Monday, July 15, 2013

Kurt Hugo Schneider brings back the music

Rejoice. If you have no hopes left anymore for a musical scene that is taken serious by young people, let me tell you, there's light at the end of the tunnel. Kurt Hugo Schneider and his friends. Write down that name. Bookmark it. Look for it on YouTube. Finally I need not to look back in anger any longer, and try to musically survive on my memories of the 1970s and 1980s.



Let's face it. When your musical education goes back to the decades of long and high hair, too much make up and ridiculous clothes, you do know that the musical landscape was extremely diverse in those years. Anything went. Everything was possible and acceptable. No matter Manhattan Transfer or The Cure, David Bowie, ELO, Dire Straits, Bee Gees or Wall of Voodoo. Every musical taste was catered for. And here in Europe we had that wonderful music TV station, Music Box, that brought us almost anything you could musically think off. Cindy Lauper and Jimmy Sommerville, Brian Ferry and Tears for Fears. I better stop dwelling in the past.

But fact is, the dark ages of anonymous techno and dance music and the musical insults of indifferent Irish and Scandinavian singer-song writers has set upon us, leaving us behind in a barren musical desert. No voice to speak off, horrid lyrics and a general arrogant disinterest in the audience is hailed as musical milestones by a certain presumed elitist crowd. What has music come to?

From a musicians point of view, music can never be non-committal, in that respect that an artist has an obligation to his audience. I once asked a singer-songwriter how an artist can put his emotions into a song he has to perform over and over again. His answer was sobering: before he will perform a song on stage, he has rehearsed it so many times, that he can breathe the song, that it almost becomes its own entity. So that whatever happens during a show, whatever distraction may occur, he will be able to sing and finish the song without interruption. That's commitment. Not only to yourself as an artist, but to your audience as well. Alas, so many artists of today seem to have forgotten about this.

Check out Kurt's astonishing Coca Cola themed music video here:



Skill, voice, performance, self discipline, it all adds up to what we should expect. But that dedication is gone. But then my social media contact Mark Mitchell Brown shared a link to a YouTube video: an a capella cover of the Cup Song, apparently an popular song on the other side of the Atlantic. I was dumbstruck what I saw there. So much creativity and musical talent. Young enthusiast people, normal looking at that too. Directed and inspired by a young guy of Austrian/German descent, Kurt Hugo Schneider. He seems to be the center of an entire group of musical friends. His directing talents are downright awesome, so much creative intelligence at such young age. Take a look at his videos, often done in one single long shot, where he appears himself too every few seconds – which is an accomplishment in a video you direct yourself. I can not imagine the preparations and discipline that go into his work. Check out his videos and the music of his friends. There's musical hope, finally.


Wednesday, July 10, 2013

Unfriend

A few dozen friends down the drain. Yes, I unfriended quite a few people. We are talking Facebook here obviously. It's not that I don't like these people. But there was no point. When there's no social interaction, why not get rid of the clutter on your wall? Or when people merely use Facebook to turn it in into one giant digital billboard, by constantly clicking on commercial pages, hoping to win a weekend in the country of a year's supply of dog food? Away with them.

If only it could be that easy in real life. Click a tab, and erase someone from your radar. Actually, I did so more or less, years ago. Like they say, you can choose your friends, but not your family. At some point I realized that the friendship with some members of my family was rather a one sided affair. Cousins who appreciated your companion, but gave nothing in return. Always having to take one or more steps down to communicate on their level. Emotionally handicapped? Social challenged? Intellectual limitations? I know, you can't blame people for the way they think and talk, there's not much you can do about it. But why then, why never any attempt from their side to take one step up in all those years? So, I gave in to that growing feeling of uneasiness, and cut them out of my social life.

And then there are those friends, who always talk about themselves, their work related problems, their health and their relations. Depleting your emotional reserves, parasatizing on your lack of assertiveness, because you do not want to hurt their feelings. But they fail to see you as a system of emotional needs and challenges who needs to be listened to as well. Those friends are gone.

Finally, we come to category three. The friends you can communicate with, who do show interest and sympathy, but only just as long as you are interesting to them. Because you are merely an ornament on the christmas tree of their social life. They feast on their extensive social network of presumed friends, it is what they think that gives them their status, it is how they want to be seen. But when something shinier and new comes along, you move to a lower branch, until it is just politeness that makes 'm look at you. And while they claim that social media are a lower form of interaction, they do not even show the smallest token of sincere interest – not even there where it would not cost them any sacrifice of their valuable social time.

You only need a few, very few, real good friends. I know people on social media that I have never seen, that show more interest in me, then all the people above combined. So, why bother to maintain all those relations face to face, when so many are shallow and meaningless?

I am a rock, I'm an island. It's one of Simon and Garfunkel's greatest songs. Just Google the lyrics, and you see what I mean. Cynic? Maybe. Sad? Why would that be? Just imagine. Wouldn't it be great to be emotionally self sufficient?

Monday, June 10, 2013

Sorbet on a rare nice day



Last Saturday was a rare nice day. I suddenly craved for a sorbet, so I convinced my Mom that this is what we needed. Two sorbets it was, I only forgot to inquire whate they cost... Ah well, it was great.

Nederlands:
Afgelopen zaterdag was een van de zeldzame mooie dagen van dit seizoen. I wilde plotseling een sorbet, en overtuigde m'n moeder dat we die echt nodig hadden. Twee sorbets besteld bij de Duinrand in Noordwijkerhout, alleen even vergeten te vragen wat ze kosten... Maar het was wel heel erg lekker.

Saturday, June 8, 2013

1969 Opel Rekord, near Cochem

1969 Opel Rekord, near Cochem by Martin van Duijn
1969 Opel Rekord, near Cochem, a photo on Martin van Duijn's Flickr photostream.
1969 calendar / kalender - Opel Rekord

One of the most beautiful Opel calendar plates I have. Taken on one of the vineyard slopes along the Mosel river, opposite of Cochem. I initially assumed this was along the Rhine river, but could not find any images of castles there that looked liked the one in the background. Next, I searched for Mosel castles, and Burg Cochem was the one.

I have a collection of vintage Opel calendat photos on Flickr. But now that Marissa Mayer and her money hungry Yahoo herds have messed up that once beloveth photo sharing site to focus on the iPhone snobs and Instagram crowd, I'm posting my photos on several media now. The Opel photos are now not only on Flickr, but on Ipernity, Tumblr, Pinterest and will go on a separate Blogger site too.

Nederlands:

Een van de mooiste Opel kaleneder platen die ik heb. Deze foto is genomen op de wijngaardhellingen langs de Moezel, op de oever tegenover Cochem. I dacht aanvankelijk dat dit langs de Rijn zou kunnen zijn, maar ik kon geen foto's vinden van een kasteel dat eruit zag als het kasteel dat we op de achtergrond zien. Toen ik vervolgens ging zoeken naar kastelen langs de Moezel, kwam Burg Cochem tevoorschijn.

Ik heb een collectie oude Opel kalender foto's gescand en op Flickr geplaatst. Maar sinds Marissa Mayer en haar Yahoo geldwolven deze eens zo fanatstische fotosite om zeep hebben geholpen om zich te richten op de iPhone snobs en Instagram verslaafden ("er zijn geen echte fotografen meer"), ga ik mijn foto's op verschillende media plaatsen. Te beginnen met mijn Opel kalender platen, en later mijn eigen foto's. De Opel platen zijn nu samen met andere oude Opel promotie foto's te zien op Flickr, Ipernity en Pinterest.

Wednesday, May 29, 2013

Hatende horeca

Dit wordt geen leuk verhaal. Het is het verslag van de ontdekking dat je wordt gehaat. Niet alleen ik, maar u, lezer, ook. Lees verder, en de schellen vallen u van de ogen. Wij worden gehaat door het personeel van de kleinere Nederlandse horeca. Dat was de enige conclusie die ik uit het recente pinksterweekeinde kon trekken. Ik ga nooit meer uit eten, zo heb ik mij voor genomen. Tenminste, niet in Nederland.

Pinksteren, dat zijn vrije dagen waarop je een terrasje opzoekt. En ondanks de arctische kou, die gepaard ging met apocalyptische regenbuien, kon het zowaar. We zitten op een terras aan de Westeinder in Aalsmeer. We zitten en wachten. We kijken naar het personeel. We wuiven. Maar niks. Een eerder bezoek was ook al geen onverdeeld genoegen. De bestelling van een portie bitterballen om een glas wijn te begeleiden bleek een opdracht van een magnitude die de capaciteit van de keuken op de proef stelde, want de ballen arriveerden toen de wijn al bijna op was. Wellicht een marketingtruc om ons tot een tweede glas te verleiden? Maar waarschijnlijk gewoon het gevolg van laksheid van het personeel.
“Een prettige middag nog,” wenste een kelner toen wij consumptieloos het terras verlieten. Je moet maar durf hebben. Het zou een incident hebben kunnen zijn, als niet een dag later het bekende restaurant aan de havenmond in IJmuiden daar aan ging meedoen. Na geruime tijd veronachtzaamd bij het raam te zitten, moesten we zelf maar eens om de kaart gaan vragen. Waarna de bestelling uitbleef. Dit zette mij aan het denken. Lees mee en huiver.

Rauwe gamba's, en korte tijd later de onmogelijkheid om een twee kopjes koffie af te rekenen : zie hier een ambitieuze, maar tot culinair mislukken gedoemde tent op het Katwijkse strand, dat denkt een restaurant te zijn. Of, bij een ander paviljoen, dat zomer en winter gasten ontvangt:

M: ik ga voor de zalm.
Meisje, een paar minuten later: helaas, er is geen zalm.
M: kabeljauw dan maar.
Meisje: hier is uw zalm.
M: Zalm? Dat had u niet, en bovendien, zalm is niet wit.
Meisje: ik kan al die vissen niet uit elkaar houden.

M: mag ik een ander mes, deze is op de grond gevallen.
Jongen: u wilt een ander mes?
M: ja.
Jongen: maar u heeft toch een mes?

M: dit zou rijk gevulde Katwijkse vissoep moeten zijn. Maar er zat vrijwel niets in.
Meisje: ja, dat kan je wel eens zo hebben.

Maar het kan allemaal nog erger, bijvoorbeeld in een etablissement bij het Valkenburgse meer. M. stoot per ongeluk z'n glas wijn om. Zwaaien en vragen hielp niet, er kwam geen doek. Het vervangend glas wijn stond gewoon op de rekening, dat heb ik toch wel eens anders meegemaakt. En de frites werden geserveerd, nadat het eten al geheel geconsumeerd was.

M: dit heeft geen zin meer, mevrouw.
Mevrouw: ik ook allemaal niet helpen, het is druk.


Soms zijn zelfs de meest simpele vormen van service onbekend. M. bestelt een kopje koffie aan de bar van een saunabedrijf in Warmond. De koffie werd, zoals gebruikelijk daar, zonder melk en suiker geserveerd.

M: mag ik de melk?
Mevrouw (wijzend naar de andere kant van de 10 meter lange bar): daar staat het.


Brasserieën, Eterijen, Eten & Drinken, en oh, gruwel, grand cafés met loungepatios. Welke pretentieuze, maar lege kwalificaties de Nederlandse horeca zichzelf ook toedient, het is allemaal niks. Noemden ze zichzelf nou nu nog maar gewoon café, restaurant, of eetcafé. Maar daar krijg je geen lifestyle magazine consumenten meer mee naar binnen, dat begrijp ik ook wel. Hoe mooi ze zich ook voordoen, ze moeten ons echt haten, het kan niet anders. Het is ook vervelend om je werk te doen als daar steeds maar die klanten bij zitten. Maar zou niet gewoon een gebrek aan coaching en toezicht op het personeel zijn? Serveren is bij ons natuurlijk gewoon een bijbaantje. In Duitsland is het daarentegen vaak een vak, net zoals bij ons in de goede oude tijd. Natuurlijk, ook daar gaat het wel eens mis. Maar niet vaak. Stipte en vriendelijke bediening, copieuze porties en excellente wijn of het beste bier. Dat zijn onze Oosterburen. Maar toch, ook een student moet het kunnen. Laten we maar even reactionair zijn, als je ze maar laat werken voor hun fooien. Net zoals dat in de Verenigde Staten en Canada gebeurt. De werkgever betaalt de sociale lasten, de rest moeten de jonge dames en heren zelf bij elkaar zien te flikfooien. Wie wel eens in die contreien is geweest, weet precies hoe dat daar gaat:

Hi, my name is Michelle. How are you today? Table for two?

Michelle loopt kordaat voorop, met twee menukaarten.
Our special today is sirloin steak with mushroom sauce! Janice will be with you to take your orders.

J: Hi, my name is Janice, I am your waitress for this evening. Have you made your choice yet?
New York steak? Excellent choice!

Bij het neerleggen van mes en vork, na de laatste hap:
Do you care for some desert?
Na de laatste hap dessert:
Is there anything else I can help you with?
M: No, we're fine.

Wap. Daar is de rekening.

Have a nice day!

Beleefdheid over the top. Maar drie kwartier tot een uur later sta je weer buiten. Zeker bij Applebee's, want de tafel moet toch drie keer per avond omzet draaien. Zo gaat dat in het land van de onbegrensde mogelijkheden. Soms gaat het mis. “Geen ijs in mijn wijn graag.” “Oh, u komt zeker uit Europa?” Of we begrijpen het niet. In Hyannis Port kwam het schaaltje met mijn fooi terug. Er lag een keurig gedrukt kaartje. In mijn onschuld dacht ik nog, dat ze geen fooien accepteerden in het Amerikaanse Loosdrecht aan Zee. Maar mij werd weinig subtiel te kennen gegeven “gezien de locatie van ons restaurant is een fooi van 20% gebruikelijk”. Domme Hollander, met z'n 15% fooi. Hoe had ik dat kunnen doen in de plaats waar de Kennedy's wonen. Maar die jongen in de Olive Garden in Atlanta heeft alle eventuele negatieve Amerikaanse horeca ervaringen gecompenseerd. Ik bestelde een glas Pinot Grigio. “Hier is uw wijn, meneer. Wilt u de fles soms meenemen?” “Uhh, nee...?” “Wij schenken hier vanavond toch niet meer uit, dus de fles is dan voor u, complimenten van de zaak.” Bij de Olive Garden haten ze hun gasten niet. Kom daar maar eens om in Nederland. Kurk er op, de koelkast in voor morgen. En dat moet je dan als gast nog zelf doen ook.

Wednesday, May 8, 2013

De hamburger der gramschap

Dit is een precaire blog. Het gaat hier om hamburgers. Vegetariërs kunnen beter niet verder lezen. Hamburgers zijn een controversieel en een beetje vreemd fenomeen. Veel mensen kunnen er naar snakken, maar er zijn er niet veel die dat durven toegeven. Een soort voedselporno dus. Ze passen ook helemaal niet in onze traditie, maar hebben de afgelopen decennia toch een vaste plaats in het Nederlandse voedselpatroon gevonden. Ze kwamen natuurlijk uit Amerika, in het kielzog van allerlei andere culturele verschijnselen uit het land van de onbegrensde mogelijkheden. Coca Cola, Elvis Presley, auto's met panoramische voorruiten. Hamburgers konden niet achterblijven.

We hebben hier in ons land nooit onze eigen hamburgerrestaurants gehad. Patat met mayonaise, frikadellen, bamiballen en berenhappen, daar zijn wij goed in. Toch zette McDonald's in 1971 de aanval op ons in, en dat is gelukt. Wimpy en Burger King volgden. Maar Wimpy moest al gauw via de achteruitgang het toneel verlaten. Burger King doet nog steeds z'n best. Maar waar vindt je er een? Ook hier in Katwijk hadden wij een McDonald's. Waarschijnlijk het enige filiaal in de hele wereld dat wegens gebrek aan belangstelling binnen twee jaar de deuren moest sluiten. Zelfs in het toeristenseizoen kwamen er kennelijk te weinig klanten. Ik weet niet eens meer of ik er ooit een voet binnen heb gezet.

Nu heb ik in mijn leven bepaald niet veel hamburgers geconsumeerd. Als het er vijftig zijn, is het veel. Punt is, er is altijd wel een alternatief. McFish, McShrimp, McChicken, McVeggie, McHaring, McLobster, McSla, McWatmaargezonderklinkt. Bijna altijd wanneer ik naar binnen liep voor een hamburger, liep ik met iets anders dat beter te rechtvaardigen was naar buiten. Maar de eerlijkheid gebiedt mij hier toe te geven, dat ik onlangs toch wel echt een hamburger heb gekocht. Ik was vroeg voor een afspraak, het was lunchtijd en ik vreesde dat het lege gevoel in mij maag weldra verantwoordelijk zou kunnen zijn voor vreemde geluiden. Dus snel naar McD. Met Hollandse zuinigheid koos ik voor de Euroknaller, de kleinste en goedkoopste in het assortiment van de hamburgerboer. Dat was altijd nog een euro teveel, zo bleek al snel. Want wat ik ook proefde, een hamburger was het niet. Vochtig karton misschien, met een blaadje sla, daar kwam het bij in de buurt.

Niettemin, via een achterdeur sloop de hamburger mijn leven binnen. Op heel beperkte schaal, maar toch. De hamburger werd een intrinsiek onderdeel van een maandelijks mannen onder elkaar saunaritueel, waarbij de Neef en ik het leven de revue laten passeren. Niet in Katwijk natuurlijk. Dit puriteinse bolwerk biedt daar geen ruimte voor. Dus wijken wij regelmatig uit naar Noordwijk. Hoe dan ook, de Neef ontdekte daar op de kaart een gerecht dat werd omschreven als de “klassieke hamburger”. Het was onmogelijk om daarbij achter te blijven. Natuurlijk, een baguette Provençale en een salade Niçoise zijn rationelere en caloriearmere keuzes, maar we hebben het hier over mannen. En laat er geen misverstand over bestaan. Dit is niet een stereotype McD hamburger. Geen snack voor kinderen. Maar een grote en dikke malse burger van het fijnste rundvlees met een uitbundig bord friet. Daar doen we het voor.

Op een kwade zaterdag, enige weken geleden, ging het mis. We kennen allemaal wel die scenes uit komische televisieprogramma's, waarbij een groot bord wordt opgediend, en als de deksel wordt opgelicht, zien de disgenoten alleen maar een kleine verdroogde kalkoen, of een ingezakte pudding. Zo zaten de Neef en ik er ook bij. 'Verbijstering' is het woord dat onze gemoedstoestand beschrijft toen wij naar onze borden staarden. Daar lag een miserabel broodje met een klein, dun, en bijna zwart vet geval ertussen. Na een korte pijnlijke stilte verbrak de Neef de stilte. “Dit is niet wat ik verwacht bij een klassieke hamburger,” sprak hij met duidelijke teleurstelling. Dat kon ik niet op mij laten zitten. Hier kwamen wij niet voor. Ik deed wat ik niet vaak heb gedaan. Ik kloeg. Per e-mail, dat wel, want we leven in een digitale samenleving. De excuses lieten niet lang op zich wachten. Om onze ervaring te compenseren nodigde het hotel waar het zwembad/saunacomplex onderdeel van uitmaakt, ons als zijn gasten uit. Saunabezoek, hamburgers, drankjes en parkeren, allemaal helemaal gratis. Luxueuze badjassen en dito baddoeken lagen op ons te wachten. Compleet met chique uitziende, maar enigszins te kleine slippers. Iedereen kende onze naam. Met dank aan twee mislukte hamburgers, waren wij de koning te rijk.

Monday, May 6, 2013

The hamburger of our discontent


This is of course a tricky subject. It involves hamburgers. Vegetarians should not proceed any further. Hamburgers are controversial and strange phenomenon. Many crave for them, but few dare to admit. It's a kind of food porn. They do not fit in the Dutch tradition, but have found their place in the land behind the dikes. They arrived here on the wings of Americana that crossed the Atlantic in the 1950s and 1960s. Coca Cola, Elvis Presley, cars with wraparound windshields. Hamburgers could not stay behind.

We never had and still do not have typical Dutch hamburger restaurants. Our junk food traditionally centers around french fries, and a sheer endless selection of fried gourmet snacks like frikadel, bamibal and berehap. I will not even try to translate this, and neither should you. It was McDonald's that opened the first hamburger restaurant here in 1971. Wimpy and Burger King followed on McD's success, but Wimpy's marginal existence led to its premature demise in the 1990s, and the King is still barely hanging on. We did have a McDonald’s here in my hometown Katwijk, and I'm pretty sure it must have been the only franchise in the entire world that had to close its doors after just two years because there were simply not enough customers. Not even during the summer tourist season. I'm not even sure if I ever went inside.

I have never consumed many hamburgers in my life. If it would total 50, it would be much. Because there is always another option. A McFish, a McChicken, McShrimp, McVeggie, McHerring, McLobster, McLettuce or McWhateverlookshealthier. So, I walked in for a hamburger, and walked out with something different. Although I have to confess that a few months ago I made a quick dash to a McD. I had some time to spare for an appointment, and I already felt that my stomach was preparing to emit awkward noises during the interview. I decided to fill the emptiness inside with a Euroknaller, McD's smallest and cheapest burger, costing just one euro. And it was one euro too much. Because, whatever I tasted, it was not a burger. Damp cardboard maybe, but at least it served its purpose.

And yet, the burger somehow worked its way into my life, albeit on a modest scale. It has become part of a monthly male bonding ritual, when Nephew and I share our lives and times of the past few weeks at a sauna meet. When Nephew discovered the Classic Burger on the menu, there was no way I could stay behind. For sure, a baguette Provençale and a salad Niçoise would be healthier and less calorie rich options, but we are talking men here. And mind you, this is not your typical McD burger either. No kiddie food, but a massive juicy burger of tender meat, with a large plate of fries.

But one day, things did go wrong big time. We all know scenes from comedy shows when a large dish is presented on a dinner table, and when the lid is lifted all people see is just a small dry turkey or a collapsed cake. That's how the situation was at our poolside table. The burgers arrived and 'bewilderment' is the only way to describe how we both were staring at a small dark greasy item between a pathetic small roll on our plates. After some awkward and painful moments, the Nephew broke the silence. "This is not what a expect when I order a 'Classic Burger'," he spoke in utter disbelieve. Action was required. I complained. By email, because we live in a digital society. The excuse did not wait long. To ease our disappointment, the hotel that owns the spa, invited us as their guests, free sauna, the real classic burgers, drinks and parking. Sophisticated bathrobes and towels were waiting for us, together with luxury, but silly looking slippers. And everybody knew our names. A burger gone wrong made us kings for a day.

Nederlandse versie hier

Wednesday, April 3, 2013

Donna Tartt, the Goldfinch is upon us

Tension is rising. August will be the moment for the Dutch, October for the rest of the world. Finally, Donna Tartt's much anticipated novel Goldfinch will hit the bookstores. And like The Little Friend, it will debut in The Netherlands. This will be ms. Tartt's water shedding and defining novel. Because there's much at stake for us, Tartt aficionados. Will the enigma author once again thrill and enlighten us, like she did with her debut novel The Secret History?

Beauty comes in unexpected packages. You never know where and when it hits you. The Hundertwasserhaus in Vienna left me dumbstruck in all its unexpected, playful and surprising creativity. Can a building play with your senses? You bet it can. Van Gogh's Japanese cherry blossom kept me focused, I kept staring at it. Even Newman's Who's afraid of red, yellow and blue has an intriguing tension when you know something about graphic design.

But we are talking books here. Truman Capote's In Cold Blood is one of the two decisive novels in my literary education. A fascinating insight in the minds and lives of two small town guys who murdered an entire family – no fiction there, but a true story. I am fan of American naturalist authors to begin with. Steinbeck, Updike and Cheever are among my favorites, but Capote is the master. It takes a special talent to write compelling novels, that do not tap on the reader's emotional reserves, but that grab your attention simply by the greatness of the author's writing skills. 

A ruptured Achilles tendon, a casket, and nothing much to do. Here, read this, someone said. And gave me The Secret History. I opened the book, started reading and from page one I was hooked. I will not describe the plot - google or wiki for this - but in my humble opinion, it is a masterpiece, definetely the best novel I ever read. Intelligently written, set in a classic academic world, and Donna Tartt shows her greatness by weaving a clever layer into the story. The perception of time and era is missing at the beginning of the novel, but only becomes more apparent the more narrator Richard Papen's mood changes, and his awareness and suspicions grow. It all culminates in a harsh reality where initial enchantment and happiness has given way to disappointment and shock.

A great novel for sure. Am I the only one who loved it? Well, just in The Netherlands alone 800,000 people ran to the bookstores to buy a copy. Reason for ms. Tartt to grant the Hans Brinker people the premiere of her next novels. Now, the only problem is that ms. Tartt is not a very productive author. It took more then ten years before she finished her second one. Maybe we should envy her pace of life, but it is a mighty long wait. People go through cars, marriages and divorces and two career changes before the next Tartt arrives. I was lucky though. I ruptured my Achilles heel in 1999, so I read The Secret History seven years after it was published. For me, the wait was not too long.

It's 2002. Enter The Little Friend. Ms. Tartt's long overdue second novel, a massive one at that with more then 500 pages. To cut it short, it was a letdown. The plot takes too long to unfold and 100 or even more pages of introduction is too much to bare for most of us. So many sidelines, so many characters make for a constructed and artificial plot. And above all, there's that unsatisfactory ending. Written from the perspective of a young child, the novel reaches its end when the girl realizes that the person she focused on, was after all not the one who could have murdered her little brother years ago. And that's where it ends, leaving questions unanswered. Students often add pages to their papers, to make it look better. And it seems that this was just what ms. Tartt did.

So, it will all depend on The Goldfinch. Maybe it will carry me away, let me forget The Little Friend, and Donna Tart will simply underline what I think she is. One of the most brilliant authors of today. But suppose that it won't be in the same league as The Secret History? A second Little Friend? Leaving The Secret History as an isolated masterpiece? Ms. Tartt, please do no disappoint me.

Wednesday, March 13, 2013

Beleef de Bollenstreek

Gisteren was ik bij de opening van het toeristisch seizoen van de Bollenstreek. Dat was per ongeluk, omdat ik dacht bij een bijeenkomst van de Katwijkse Ondernemersvereniging te zijn. Dat kan gebeuren. Wat al die vooral mannelijke ondernemers met donkere pakken in de zaal met toerisme te maken hadden was mij niet duidelijk. En er was een overdreven vrolijke presentatrice in een zuurstokroze broekpak van Vögele-kwaliteit die zichzelf erg leuk vond. Het was een beetje een rare bijeenkomst.

Die bijeenkomst werd geopend door de roze mevrouw die het nummer Cabaret van een Nederlandse tekst had voorzien, en als een ware, maar onbekende diva de trappen van de Theaterhangaar op voormalig vliegkamp Valkenburg afdaalde. Daarbij vlijde ze zich ook her en der op de mannenschoten neer. Daarna kwamen onder het motto 'Beleef de Bollenstreek' allemaal donkere pakken van middelbare leeftijd en ouder zeggen dat iedereen moest samenwerken om de streek op de kaart te zetten. Dat is hard nodig. Want waar de Bollenstreek in de jaren zestig en zeventig nog de zesde van 24 toeristische regio's in Nederland was, is ze nu zielig afgezakt naar de zestiende positie. Het trieste decor van een paar armetierige narcissen in kisten moest dat vast en zeker visualiseren. Samenwerken dus, zeiden de mannen van stichting Beleef de Bollenstreek. Ook de mannen van de sponsorende bank vonden dat iedereen moest samenwerken.

Toen kwam er een rijtje burgemeesters, en die vonden dat iedereen vooral moest samenwerken. Dat vond ook de directeur van de Theaterhangaar, die bovendien vertelde dat er nu 1 miljoen kaartjes voor Soldaat van Oranje waren verkocht. Genereus stelde hij vijf vrijkaartjes beschikbaar onder het publiek, en een kwam echt toevallig terecht bij de directeur van de Noordwijkse busonderneming die veel mensen naar Soldaat van Oranje vervoert. Ook een jongeman die had meegewerkt aan de totstandkoming van een app voor Beleef de Bollenstreek kreeg zo'n kaartje. Hij was daarmee de enige man zonder pak op het podium.

Ah, de app. Die zou ik bijna vergeten. Beleef de Bollenstreek heeft een mooie app laten maken, waarmee je op de smartfoon precies kunt zien wat er allemaal in de streek is te beleven. Die app was het hoogtepunt van de avond. Er was ook een heel mooi en flitsend reclamefilmpje gemaakt om die app onder de aandacht te brengen. Maar waar gaat dat filmpje straks getoond worden? Het was natuurlijk preken voor eigen parochie in de zaal, maar het is vast en zeker te duur om dat filmpje in een STER blok uit te zenden. "Maar u moet wel allemaal uw best doen om die app te vullen, hoor," zeiden de mannen van Beleef de Bollenstreek. Want zonder content, geen app natuurlijk. Die app is er nu alleen nog voor iPhone, voegde de mevrouw in het roze daaraan toe. Maar dat had ze echt fout, want de Android-versie is ook klaar, zei een van de mannen in donker pak. Het zou bepaald niet de enige vergissing zijn die de erg enthousiaste mevrouw maakte. Maar dat heb je als je de Bollenstreek beleeft.

En die streek moet over zijn eigen grenzen heen kijken om een toeristisch aantrekkelijk product te bieden. Daarom werd ook Katwijk tot de Bollenstreek gerekend, zo werd gezegd. Want om die Theaterhangaar en de 1 miljoen verkochte kaartjes voor Soldaat van Oranje kun je niet heen natuurlijk. Wassenaar met mega publiekstrekker Duinrell werd echter niet genoemd. Ook Heemstede met de Linnaeushof niet. Maar Leiden wel. Want het cultuuraanbod van Leiden is een waardevolle aanvulling op het toeristisch plaatje van de Bollenstreek. Daarom was Leiden zelfs officieel uitgenodigd om aanwezig te zijn. "Wat kan Leiden de Bollenstreek toeristisch allemaal bieden?" vroeg de zuurstokroze mevrouw aan Jos Wienen. “Ik ben burgemeester van Katwijk," antwoordde Jos naar waarheid. "Oh, is er soms iemand van Leiden aanwezig?" riep de mevrouw toen. Maar er was helemaal niemand.

Toen was het tijd voor de koningin van de Bollenstreek. Heeft u ooit wel eens van haar gehoord? Ik ook niet. Maar daar kwam ze aan de arm van Jan Slagter de trap afgedaald. Van wie, zegt u? Ja, inderdaad, Jan Slagter van omroep MAX. Wat hij met de Bollenstreek te maken heeft? Hij vertelde het zelf. Jan woont in Zoetermeer, en komt graag in de Bollenstreek. En MAX gaat de beide bloemencorso's uitzenden. Het woord 'flower parade' werd daarbij vermeden. Zoals viel te verwachten had de koningin van de Bollenstreek weinig te zeggen. "Vooral samenwerken," drukte ze iedereen op het hart. Alleen Jan Slagter bleek de enige inspirerende woorden van de manifestatie te kunnen laten horen, dat dan weer wel. Hij riep iedereen op om de Bollenstreek meer streekeigen producten te geven, en om straks na afloop massaal te gaan twitteren met #Bollenstreek, zodat de Bollenstreek 'trending topic' zou kunnen worden. Zoiets hadden de andere donkere pakken nog niet gezegd.
"Ik heb het gevoel dat ik in een show van SBS6 terecht gekomen ben," zei mijn buurman tegen mij. Was het maar waar, dacht ik. Gerard Joling zou er misschien nog iets van hebben gemaakt.

Wednesday, March 6, 2013

Het dak eraf!


Vandaag ging het dak eraf. Niet echt natuurlijk, het ging naar beneden. Voor het eerst in 2013. Nog nooit zo vroeg open gereden, maar het was dan ook nooit zo vroeg in het jaar zo zacht. Wie eenmaal open heeft gereden, wil niet anders meer. Althans, niet in het open seizoen. Natuurlijk, in de ogen van velen ben je een patser. Vrouwen halen de neus voor je op. Maar goed. Die mensen rijden allemaal liever met de ramen potdicht en zomer en winter met de airco aan – onnodig extra brandstof slurpend en CO2 producerend.

Nederlanders doen altijd zo neerbuigend over iedereen die zich niet naar de norm voegt. De middelmaat is bij ons de lat geworden. Bevestiging vind je door je aan te passen aan je sociale omgeving. Daarom zijn we het land van de grijze muizen geworden. En grijze muizen rijden niet met het dak open. Die rijden in zwarte leasebakken die ze dragen als een uniform. In stationwagens met fietsendragers. In SUV's om over verkeersdrempels heen te komen. Natuurlijk, ze roepen om het hardst dat ze zich niet storen aan wat anderen vinden. En quasi gegeneerd worden de letters 'otje' geplakt als ze over hun 'auto' spreken, die ze natuurlijk 'bijna nooit gebruiken'. Om de een of andere reden willen ze wel laten weten dat ze iets hebben dat ze eigenlijk gênant vinden om te gebruiken. Ach, niets menselijks is mensen vreemd. Maar zou het niet mooi zijn als mensen gewoon zelfbewust uitkomen voor wat ze willen? Een land vol individuen in plaats van conformisten?

Vandaag ging het dak er af, en de enigen die hun duim omhoog steken zijn kinderen die nog niet overgoten zijn met de saus van grote grijze eenvormigheid. Ik heb mij erbij neergelegd.

Zie ook:

Topless


Today, the top went down. The first topless drive in 2013. Never before that early in the season, but then temperatures were never that mild as this year. If you ever had the chance to drive a convertible car, you are probably hooked. Granted, in the eyes of many you are bruiser. Women do not look at you. Ah, well. These people all prefer to drive windows closed and climate control permanently switched on, come winter and summer. Who cares about less mileage and extra CO2 emissions?

The Dutch can be very presumptuous regarding anyone who do not comply with greatest common divisor. You confirm yourself by adjusting to your social framework. That's why this country has grown into a land of grey mice. And grey mice do not drive with the top down. They drive black and leased company cars and wear them like a uniform. They drive stationwagons with bike racks. SUV's to master speed bumps. Of course, I know, they claim that they absolutely do not care about what other people think of them. At the same time the talk about their 'small' car, that they obviously 'hardly ever use'. For some reason they feel the need to stress that they own something that they are ashamed of using. They are almost human. But wouldn't it be nice if people were not afraid of expressing themselves? To live in a country of individuals instead of conformists?

Today, the top went down, en the only ones who stick their thumbs up are kids, who are not yet covered with that sticky sauce of grey uniformity. So be it. I have accepted.

Also:

Tuesday, March 5, 2013

Living on the edge

Close your eyes, spread your arms and turn around. Feel the tall grass touch your body. Open your eyes, and look over the fields. See the distant church steeple, the windmill and the roofs of a small village. Close your eyes again, spin around once more and open them again. You see the trees, the edge of small forests between wheat fields and farmlands. It's a dream. No, it's not, it could be real. But not for me. I live on the edge. Literally. I live on the coast. 


People envy me. I live near the shore of the North Sea, in a seaside town in a small northern European country. Living on the coast, on the waterfront, is for many the ultimate location to settle down. The sounds of the waves, the cries of the gulls, that do not contain much music, but that are so unmistakeably connected to life near the shore line. The crisp fresh air, culminating in thundering storms when low pressure winds come ashore, the endless walks along the beach when the wind settles down. This is how people define their own imaginative paradise on the coast.

The sea and the beach have almost magical powers for many people who live here. It is a emotional life source. Many problems have been solved, or looked far less challenging after a walk on the beach. They say that the beach never looks the same. So it may be. But I see sand and water. And apart from swimming just a few meters into the direction of England, it never gets you anywhere.

The sea and the beach never got under my skin. My relation with the sea is ambiguous. You know it's there and you would not want it any other way. It's where you go when you have been away. At the same time, the North Seas irritates me. It limits my radius, it keeps me confined in a narrow north to south corridor, close to the dreary streets of my characterless town, with the urbanized and heavily populated Leiden area to the east of me. I feel trapped. Already as a young boy I opened up when I saw the emptiness of fields around me. The endless possibilities in every direction fascinated me. And it never lost that appeal. A slight touch of Jack Kerouac, even though the kid never heard of him, and later suppressed all wild thoughts that might haven taken him to an adventurous life and substituted that for a rational living?


No matter what, there are few things I like more than pointless walking, riding or driving around without any master plan and let myself be surprised where I end up. My sister comes to the rescue here. She lives in a rural and forested area in the southern part of the country, where you still can get lost wandering around over narrow country lanes in any direction you want. Where church towers are your focal point and where you find yourself crossing the Belgian and Dutch border various times without knowing. There are more places, not far from home that, in a modest way, can help to fulfill that odd desire for the unknown. The area around the charming and small Germany town Bad Bentheim and the Teuton Forest, or the Teutoburger Wald as its German name is, somewhat more east into the country of our Eastern neighbors, never fails to bring me surprises too. I can get my dose of Wanderlust, but I need to drive a few hours for that. And so I do. Because I want to dance in the fields with my eyes closed and run to all corners of the wind.

Saturday, March 2, 2013

Geen 17 miljoen voor een bibliotheek!


De bibliotheek Katwijk is zielig. Ze hebben daar te weinig ruimte. De medewerkers hebben het koud. En dus willen ze 17 miljoen euro voor een nieuwe vestiging, en de gemeenteraad lijkt akkoord te gaan. Obsceen, in deze tijd. Getuigt van een totaal gebrek aan maatschappelijk fatsoen en realiteit bij zowel bibliotheek als gemeente. Afgezien dat de plannen amateuristisch en achterhaald zijn, speelt er dit: de gemeente is straks verantwoordelijk voor de uitvoering van de AWBZ, maar krijgt daar nog maar 25% van het huidige budget voor. Driekwart van de zieken, ouderen en gehandicapten die nu via de AWBZ hulp krijgt, valt straks buiten de boot. Maar de bibliotheek krijgt 17 miljoen. Een puur prestige project voor een bibliotheek die zich daarmee buiten de sociale realiteit plaatst. En reken maar dat we dit tot mislukken gedoemde project in de OZB zullen gaan terugzien. Daarom mijn oproep aan alle inwoners van Katwijk: STOP dit waanzinnige JSF/bibliotheek project!

Sunday, February 24, 2013

The silence of the mountains and the pony tail kid

Julie Andrews had it all wrong. The hills are not alive with the sound of music. They are alive with the sounds of silence. The wind touching the hills and ridges. The songs of the birds, the chirping marmots. And in the Alpine region, add the bells of the cattle grazing in mountain meadows. I'm a mountain man at heart. One trip, back in the 1990s, will forever stick in my memory.


While planning a vacation in 1995 or so, I need to check for the exact year, memory failing here, I came across an editorial in Men's Journal: the 10 best roads to drive in the USA with a four wheel drive vehicle. One of the featured roads was the Gravely Range Road in the Beaverhead National Forest in southern Montana. Now, we had planned a trip to Glacier Park and Essex in northern Montana, and we were going to do this in a Ford Explorer. There was no need to elaborate on this, on to the Gravely Range road it was after spending a few days in the splendor of the Montana Rockies.
As it turned out, much of the Gravely Range Road, a one lane dirt and gravel road that would bring you into Wyoming, could probably be done in any high clearance vehicle with two wheel drive. But we had the Explorer in all wheel drive mode, because it adds extra traction on the gravel on the often steep slopes. And there were some side roads that even required low gearing.


Did it bring what I expected from it? Even more. The road started out friendly, amidst mountain meadows with grazing cattle. We had to wade the Explorer through a small mountain stream, and then the 'road' would guide us through forests, take us higher and higher, mile after mile, until we reached the treeline, and we were surrounded by fields with even in July sizable snowbanks. There was no other traffic, safe for just two pickup trucks, farmers maybe, during the maybe four hours we spent on the Gravely Range Road. The silence and solitude were overwhelming. No tourists, no noises, nothing. Vistas that are hard to describe, but proving that Montana really is Big Sky Country, as the Montanians call it themselves. But despite the lack of tourists and hikers, whoever was responsible for the maintenance of the Beaverhead wilderness area, was so thoughtful to add a spacious restroom in the middle of nowhere. On top of a hill, so it required some hiking – but when you got there the sign even said that the facilities were accessible for disabled people. How they would get on that hill in a wheelchair was an entirely different matter, and obviously not the responsibility of the wilderness rangers. Hey, if you make it here, you surely should be able to climb that hill. 

So, were we alone? No, we were not. Driving up the track on a steep slope a young ponytailed kid was walking next to his mountain bike, loaded with camping gear. We waved, as you do when you meet the only human in a remote wilderness and slowly climbed up in four wheel drive mode. After driving over a ridge and around a corner, the trail stretched out even further and steeper before us – and suddenly we felt sorry for the poor kid. We stopped the car, and waited for him to catch up. After maybe ten minutes the young explorer emerged around the corner – and was very grateful when we offered him a ride to the highest point of the Range, so from there on he only had to ride downhill.

I envied the kid. The maybe 19 or 20 year old guy was between colleges and taking a bike trip through the Rockies with just some essential camping equipment. When we finally arrived on the summit of the range, where our roads would part, he pointed to the horizon and said "look there, at left, that's Yellowstone Park. I was there a week ago. But it is far more beautiful here. This is so serene. Yellowstone is flooded with tourists and RV's”. And then it hit me. When Yellowstone is there at left, then surely, those three small peaks there at right can't be anything else than the Grand Tetons? “Yeah, I suppose so,” said Ponytail. “Haven't been there, but I may be going there by the end of my trip.”

So there I was. Staring at mountains I always wanted to see, a childhood dream from the colorful Wyoming vacation brochure I cherished since I was a teen. There were the mountains I never dreamed I would ever see. I saw 'm as tiny profiles sticking up from the distant horizon. That's why I envied the kid. He was going to the Tetons. And I had to turn back, probably no gas enough to drive the entire Gravely Range Road into Wyoming, too late in the afternoon to find lodgings there if we would continue. But I've seen the Tetons! And the ponytail kid? He got on his bike, expressed his gratitude for riding with us uphill for all those miles, and vanished all alone around the next bend, downhill to Wyoming. Into the wild he was, setting up camp somewhere in Beaverhead to spend the night. I wonder, will he ever think of that encounter with two Dutch guys in a Ford Explorer in the middle of nowhere?