Wednesday, May 29, 2013

Hatende horeca

Dit wordt geen leuk verhaal. Het is het verslag van de ontdekking dat je wordt gehaat. Niet alleen ik, maar u, lezer, ook. Lees verder, en de schellen vallen u van de ogen. Wij worden gehaat door het personeel van de kleinere Nederlandse horeca. Dat was de enige conclusie die ik uit het recente pinksterweekeinde kon trekken. Ik ga nooit meer uit eten, zo heb ik mij voor genomen. Tenminste, niet in Nederland.

Pinksteren, dat zijn vrije dagen waarop je een terrasje opzoekt. En ondanks de arctische kou, die gepaard ging met apocalyptische regenbuien, kon het zowaar. We zitten op een terras aan de Westeinder in Aalsmeer. We zitten en wachten. We kijken naar het personeel. We wuiven. Maar niks. Een eerder bezoek was ook al geen onverdeeld genoegen. De bestelling van een portie bitterballen om een glas wijn te begeleiden bleek een opdracht van een magnitude die de capaciteit van de keuken op de proef stelde, want de ballen arriveerden toen de wijn al bijna op was. Wellicht een marketingtruc om ons tot een tweede glas te verleiden? Maar waarschijnlijk gewoon het gevolg van laksheid van het personeel.
“Een prettige middag nog,” wenste een kelner toen wij consumptieloos het terras verlieten. Je moet maar durf hebben. Het zou een incident hebben kunnen zijn, als niet een dag later het bekende restaurant aan de havenmond in IJmuiden daar aan ging meedoen. Na geruime tijd veronachtzaamd bij het raam te zitten, moesten we zelf maar eens om de kaart gaan vragen. Waarna de bestelling uitbleef. Dit zette mij aan het denken. Lees mee en huiver.

Rauwe gamba's, en korte tijd later de onmogelijkheid om een twee kopjes koffie af te rekenen : zie hier een ambitieuze, maar tot culinair mislukken gedoemde tent op het Katwijkse strand, dat denkt een restaurant te zijn. Of, bij een ander paviljoen, dat zomer en winter gasten ontvangt:

M: ik ga voor de zalm.
Meisje, een paar minuten later: helaas, er is geen zalm.
M: kabeljauw dan maar.
Meisje: hier is uw zalm.
M: Zalm? Dat had u niet, en bovendien, zalm is niet wit.
Meisje: ik kan al die vissen niet uit elkaar houden.

M: mag ik een ander mes, deze is op de grond gevallen.
Jongen: u wilt een ander mes?
M: ja.
Jongen: maar u heeft toch een mes?

M: dit zou rijk gevulde Katwijkse vissoep moeten zijn. Maar er zat vrijwel niets in.
Meisje: ja, dat kan je wel eens zo hebben.

Maar het kan allemaal nog erger, bijvoorbeeld in een etablissement bij het Valkenburgse meer. M. stoot per ongeluk z'n glas wijn om. Zwaaien en vragen hielp niet, er kwam geen doek. Het vervangend glas wijn stond gewoon op de rekening, dat heb ik toch wel eens anders meegemaakt. En de frites werden geserveerd, nadat het eten al geheel geconsumeerd was.

M: dit heeft geen zin meer, mevrouw.
Mevrouw: ik ook allemaal niet helpen, het is druk.


Soms zijn zelfs de meest simpele vormen van service onbekend. M. bestelt een kopje koffie aan de bar van een saunabedrijf in Warmond. De koffie werd, zoals gebruikelijk daar, zonder melk en suiker geserveerd.

M: mag ik de melk?
Mevrouw (wijzend naar de andere kant van de 10 meter lange bar): daar staat het.


Brasserieën, Eterijen, Eten & Drinken, en oh, gruwel, grand cafés met loungepatios. Welke pretentieuze, maar lege kwalificaties de Nederlandse horeca zichzelf ook toedient, het is allemaal niks. Noemden ze zichzelf nou nu nog maar gewoon café, restaurant, of eetcafé. Maar daar krijg je geen lifestyle magazine consumenten meer mee naar binnen, dat begrijp ik ook wel. Hoe mooi ze zich ook voordoen, ze moeten ons echt haten, het kan niet anders. Het is ook vervelend om je werk te doen als daar steeds maar die klanten bij zitten. Maar zou niet gewoon een gebrek aan coaching en toezicht op het personeel zijn? Serveren is bij ons natuurlijk gewoon een bijbaantje. In Duitsland is het daarentegen vaak een vak, net zoals bij ons in de goede oude tijd. Natuurlijk, ook daar gaat het wel eens mis. Maar niet vaak. Stipte en vriendelijke bediening, copieuze porties en excellente wijn of het beste bier. Dat zijn onze Oosterburen. Maar toch, ook een student moet het kunnen. Laten we maar even reactionair zijn, als je ze maar laat werken voor hun fooien. Net zoals dat in de Verenigde Staten en Canada gebeurt. De werkgever betaalt de sociale lasten, de rest moeten de jonge dames en heren zelf bij elkaar zien te flikfooien. Wie wel eens in die contreien is geweest, weet precies hoe dat daar gaat:

Hi, my name is Michelle. How are you today? Table for two?

Michelle loopt kordaat voorop, met twee menukaarten.
Our special today is sirloin steak with mushroom sauce! Janice will be with you to take your orders.

J: Hi, my name is Janice, I am your waitress for this evening. Have you made your choice yet?
New York steak? Excellent choice!

Bij het neerleggen van mes en vork, na de laatste hap:
Do you care for some desert?
Na de laatste hap dessert:
Is there anything else I can help you with?
M: No, we're fine.

Wap. Daar is de rekening.

Have a nice day!

Beleefdheid over the top. Maar drie kwartier tot een uur later sta je weer buiten. Zeker bij Applebee's, want de tafel moet toch drie keer per avond omzet draaien. Zo gaat dat in het land van de onbegrensde mogelijkheden. Soms gaat het mis. “Geen ijs in mijn wijn graag.” “Oh, u komt zeker uit Europa?” Of we begrijpen het niet. In Hyannis Port kwam het schaaltje met mijn fooi terug. Er lag een keurig gedrukt kaartje. In mijn onschuld dacht ik nog, dat ze geen fooien accepteerden in het Amerikaanse Loosdrecht aan Zee. Maar mij werd weinig subtiel te kennen gegeven “gezien de locatie van ons restaurant is een fooi van 20% gebruikelijk”. Domme Hollander, met z'n 15% fooi. Hoe had ik dat kunnen doen in de plaats waar de Kennedy's wonen. Maar die jongen in de Olive Garden in Atlanta heeft alle eventuele negatieve Amerikaanse horeca ervaringen gecompenseerd. Ik bestelde een glas Pinot Grigio. “Hier is uw wijn, meneer. Wilt u de fles soms meenemen?” “Uhh, nee...?” “Wij schenken hier vanavond toch niet meer uit, dus de fles is dan voor u, complimenten van de zaak.” Bij de Olive Garden haten ze hun gasten niet. Kom daar maar eens om in Nederland. Kurk er op, de koelkast in voor morgen. En dat moet je dan als gast nog zelf doen ook.

2 comments:

  1. Dat is natuurlijk bekend, dat ze je laten wachten met je inmiddels lege glas wijn tot je een ons weegt. Ik trap er niet meer in. Als het te lang duurt, gewoon die wijn afrekenen en weggaan. En wat ze ook doen, de horeca, is ieder jaar heel slinks de toch al hoge prijzen met weer een paar dubbeltjes verhogen. En wat hebben we verder nog: verbrande tosti's en hamburgers. Het is één groot decor, die hele horeca, helemaal zoals jij het beschrijft, het ene grand café na het andere. En maar zoeken naar dat glas dat eruitziet alsof het goed gevuld is maar in werkelijkheid bijna leeg. Het liefst zetten ze je een glas voor waar niks in zit. Maar goed, door de crisis komt de open wond van de horeca langzaam maar zeker meer en meer open te liggen, al die prijzen die ze met bij invoering van de euro nog even gauw verhoogd hadden. Buiten de deur eten is niet vaak bijzonder meer. Het is alleen de andere plek, het andere uitzicht, waarnaar je nog wel eens verlangt, maar het eten is thuis al heel lang veel en veel lekkerder. Daar ben ik inmiddels wel achter.

    ReplyDelete
    Replies
    1. Horeca is een vak, en het lijkt me dat veel eigenaars van restaurants dat vergeten. Op z'n minst moet je toch je personeel leren dat een klacht altijd serieus moet worden genomen? Eén van mijn hierboven niet vermelde ergernissen: je zit te wachten om wat te bestellen, en de mensen aan het tafeltje naast je krijgen hun kopje koffie. Daarna loopt de serveerster m/v direct terug, jou negerend. Je kan natuurlijk ook maar één taak tegelijk uitvoeren. Een andere ergernis is, dat veel mensen naam en locatie van een etablissement belangrijker vinden dan de kwaliteit. Zien en gezien worden. Een minuscuul biefstukje, geserveerd op een driehoekig zwart bord met vier minikrieltjes en wat onduidelijke streepjes saus in diagonale lijnen voor 28 euro is kennelijk erg cool. Vooral ook omdat je na afloop in de loungeseats je latte macchiato kan drinken in een lifestyle ambiance die rechtstreeks uit het tuincentrum komt. “Martin,ben jij al bij zus en zo geweest?'' Dat was een met veel bombarie net een week geopend restaurant op het Katwijkse strand. Een week! Natuurlijk was ik er nog niet geweest, en nu nog steeds niet. Ik snak naar een simpele, maar gezellige tent, waar je gewoon goed eten krijgt voor een redelijk bedrag. Met attent personeel natuurlijk. Ik zoek dus naar een speld in een hooiberg.

      Delete