Monday, December 20, 2021

Doodstraf voor naaktlopers

In februari 1535 waren Amsterdammers getuige van een opmerkelijk schouwspel. Zeven mannen en vijf vrouwen renden zonder kleren over straat en riepen de toeschouwers op om zich tot God te bekeren. Dat liep niet goed af. Waarom werden deze mensen zo zwaar gestraft? 

De doodstraf voor naaktlopers lijkt een extreem zware sanctie, want de samenleving was in de eerste helft van de 16e eeuw nog lang niet zo preuts als in later eeuwen. Zwemmen deed je bijvoorbeeld gewoon au naturelle. Dit waren Wederdopers die in een religieuze trance tijdens een bijeenkomst hun kleren uittrokken, in de haard gooiden en de straat opgingen. Zij zijn wegens hun actie vaak onterecht als 'Adamieten' bestempeld, naar een sekte waarvan de leden van mening waren dat de religieuze beleving aan waarde won als dat ongekleed gebeurde.

 De arrestatie van de naakte Wederdopers (afbeelding: Archief Amsterdam).

 Gevaar voor de gevestigde orde

Maar Wederdopers hadden een geheel andere agenda. Zij zetten zich af tegen de rijkdom van de katholieke kerk en het vaak wereldse gedrag van priesters en pastoors. Zij streefden naar een maatschappij die was gebaseerd op gemeenschappelijk bezit. De aanhang groeide sterk in de eerste helft van de 16e eeuw, een periode waarin het de Nederlanden economisch niet voor de wind ging, en roerden zich in diverse steden. Wederdopers werden daarmee een gevaar voor de gevestigde orde. Niet ten onrechte, want onder aanvoering van Jan van Leyden hadden zij in 1534 de stad Münster in handen gekregen, de bisschop en de katholieke bevolking verjaagd en een talibanesk schrikbewind ingevoerd. Dat alles in afwachting van de terugkeer van God. Maar het was de verjaagde bisschop die in 1535 terugkeerde, compleet met een stevig leger. Goddelijke interventie bleef uit en het was met de Wederdopers in Münster gedaan.

Proces

In maart 1534 had een groepje Wederdopers al eens de aandacht getrokken in Amsterdam, toen vijf mannen gewapend met getrokken zwaarden door de straten liepen en de Dag des Oordeels aankondigden. Na een proces voor het Hof van Holland in Haarlem moesten zij hun demonstratie met de dood bekopen. De naaktlopers wachtte het zelfde lot nadat ze voor de Amsterdamse vierschaar waren gebracht. Bij het proces waren de procureur generaal Reynier Brunt en de president van het Hof van Holland Gerrit van Assedelft aanwezig, die zich spoorslags na de actie naar de stad hadden begeven. Het tekent hoe zenuwachtig het landsbestuur was over de groeiende aanhang van de Wederdopers. Van Assedelft rapporteerde aan de stadhouder Antoon van Lalaing van Hoogstraten dat de naaktlopende Wederdopers deels door de duivel bezeten moesten zijn, want ook in het gevang weigerden zij kleding en zelfs borden om van te eten. De mannen werden wegens ernstige ordeverstoring veroordeeld tot de dood door ophanging tussen de bogen van het Amsterdamse stadhuis. De vrouwen zijn pas later in mei, na de opstand tegen het stadhuis, berecht.

Liberaal Amsterdam

Nu was Amsterdam ook in die jaren al een redelijk liberaal bolwerk. Hoewel religieuze huissamenkomsten al sinds 1523 waren verboden en Wederdopers voor de Katholieke kerk gewoon ketters waren, had de stad een zeker privilege om zich in zaken van ketterij onafhankelijk op te stellen van het Spaanse gezag in Brussel en van het Hof van Holland - de hoogste bestuurlijke en gerechtelijke gezagsdrager voor Holland en Friesland. Keizerlijke plakkaten werden daarom in de stad niet strikt nageleefd, waardoor afwijkende religieuze opvattingen werden getolereerd. Daarbij moet worden aangetekend, dat van een algemene en rabiate kettervervolging in de Nederlanden voor 1535 nog geen sprake was. Bovendien had een aantal prominente Wederdopers in de stad, waaronder Jan van Geelen, vrijgeleides van het Spaanse bestuur in Brussel weten te bemachtigen. Karel V verkeerde in de veronderstelling dat zij hun invloed konden aanwenden om Münster aan het Habsburgse rijk toe te voegen - pragmatisme boven religie.

Aanval op het stadhuis

Dat was een misrekening. In mei bestormde een groep van veertig radicale Wederdopers onder leiding van diezelfde Jan van Geelen het stadhuis in de overtuiging dat in plaats van Münster nu Amsterdam het Nieuwe Jeruzalem zou worden. Bij de gevechten rond en in het stadhuis vielen aan beide zijden tientallen doden, waaronder burgemeester Piet Colijn. Ook hier was er geen sprake van enige hulp van boven, noch van medestanders, en de opstand werd binnen een dag neergeslagen. De president van het Hof van Holland en de procureur generaal waren wederom bij de verhoren aanwezig. Daaruit bleek dat schout Jan Hubrechtsz. de Wederdopers de hand boven het hoofd had gehouden en de opstand betekende het einde van zijn loopbaan. Verder zou de omgekomen burgemeester Pieter Colijn, die ook Wederdoopse sympathieën zou hebben, in de bezetting en vervolgens de herovering van het stadhuis een mogelijkheid hebben gezien om zijn populariteit op te vijzelen.

De gruwelijke executie van de Wederdopers, waarbij het hart wordt uitgerukt
(afbeelding: Rijksmuseum).

Executie

In de Nederlanden werden de vonnissen tegen Wederdopers vaak al binnen enkele dagen voltrokken. Daarbij moesten de veroordeelden soms hun eigen gerechts- en executiekosten betalen. De Wederdopers die de gevechten  in Amsterdam hadden overleefd, werden drie dagen nadat de vierschaar hen schuldig had bevonden terechtgesteld. De mannen werden naakt vastgebonden op een schavot, waarna de beul onder de uitroep 'Vreet nu dijn verraderlijkscke herte' het hart levend uit hun lichaam sneed en in de mond stopte. Vervolgens werden zij onthoofd en gevierendeeld. De vrouwen, waaronder de eerdere naaktlopers, zijn vastgebonden het IJ opgevaren en daar overboord gezet. Hoewel deze vonnissen nog redelijk volgens een keizerlijk mandaat met betrekking tot Wederdopers werden uitgevoerd, weigerde Amsterdam een nieuw plakkaat van 11 juni op te volgen, dat verordonneerde dat ketters op de brandstapel moesten worden terechtgesteld. Want voor Amsterdam waren de Wederdopers in de eerste plaats geen ketters, maar vooral ordeverstoorders en rebellen.

 

Wednesday, December 1, 2021

Small sorrow

Sometimes you are suddenly and unexpectedly confronted with the facts that the corona restrictions have a major impact on some people.


Saturday I am visiting the sauna with my cousin. We sit down in our favorite cabin, which you see in the photo, and there are already three visitors there at that moment. When two visitors leave, we feel a little more comfortable to talk with each other. The other visitor, a man perhaps 35 years old, is stretched out on the other side of the spacious cabin.

While we are talking softly, he suddenly looks up, and says "Hello". A bit of an odd greeting between strangers in the sauna, but okay. Then he asks "What do you think about the situation?" My cousin answers if he is referring to the corona regulations. That's right. "We'll make the best of it," I say. He agrees. It is noticeable that he speaks with a little delay. "I have a disability," he says. He tells that he always goes to a certain bar during evening hours - in Heemstede or Hillegom, my cousin and I don't agree on that - and that this is no longer possible since it will have to close at 5 PM. “Are you familiar with this bar?” he asks. No, because we are from a different town, from Katwijk. But I notice that he somehow does not process that information. He goes on to say that he likes this bar so much because you can play darts and pool, watch soccer and when Max Verstappen races a formula one, meals are served from the country where he has to compete. But that is no longer possible for the time being. "But when it is possible again, you should really go there and have a look."

We both realize that this man had now lost his social network. There we were as fairly ordinary people - we think of ourselves - who spend quality time in friendship and with a strong family bond. I have the privilege of always being able to visit my cousin and his family and it doesn't take long before we are playing card or board games around the dinner table with his kids. Then you realize that not everyone is that lucky. And that can hit extra hard during this difficult time.

Klein leed

Soms wordt je plotseling en onverwacht met de neus op de feiten gedrukt dat voor sommige mensen de coronamaatregelen een grote impact hebben.



Zaterdag ben ik met mijn neef in de sauna. We gaan zitten in onze favoriete cabine, die je op de foto ziet, en waar op dat moment al drie bezoekers zijn. Als twee bezoekers de sauna verlaten, voelen wij ons wat vrijer om wat meer te praten. De andere bezoeker, een man van misschien 35 jaar oud, ligt languit aan de andere kant van de ruime cabine.

Terwijl we zachtjes in gesprek zijn, richt hij zich plotseling op, kijkt naar ons, en zegt "Hallo". Een beetje vreemde begroeting tussen vreemden in de sauna, maar goed. Dan vraagt hij "Wat vinden jullie van de situatie?" Mijn neef antwoordt of hij de coronamaatregelen bedoelt. Dat klopt. "We maken er het beste van", zeg ik. Daar is hij het mee eens. Het valt op dat hij een beetje met een vertraging spreekt. "Ik heb een beperking", zegt hij. Hij vertelt dat hij altijd 's avonds naar een bepaald café gaat - in Heemstede of Hillegom, daar zijn mijn neef en ik het niet over uit - en dat gaat nu niet meer. "Kennen jullie die?", vraagt hij. Nee, want wij komen uit Katwijk. Maar ik merk dat dat niet aankomt. Hij vertelt verder, dat hij dit café zo leuk vindt, omdat je daar kan darten, poolen en voetbal kijken. En als Max Verstappen rijdt, worden daar gerechten geserveerd uit het land waar hij dan in actie moet komen. Maar dat kan nu voorlopig allemaal niet meer. "Maar als het weer kan, moeten jullie daar echt eens gaan kijken."

Wij begrepen allebei dat deze man nu zijn sociale netwerk kwijt is. Daar zit je dan, als redelijk gewone mensen - vinden we van onszelf - die in vriendschap en met een sterke familieband quality time doorbrengen. Ik heb het voorrecht dat ik altijd bij mijn neef en zijn gezin kan binnenlopen, waarna we binnen de kortste keren rond de eettafel samen met zijn kinderen gezelschapsspelletjes gaan doen. Dan realiseer je je, dat niet iedereen dat geluk heeft. En dat kan in deze moeilijke tijd extra hard aankomen.

Amsterdamse heksen en dolle wezen

 (Zoals gepubliceerd op Baliebulletin.nl)


Engel Dirks is een naam die de meesten niet veel zal zeggen. Toch markeert deze vrouw op trieste wijze het begin van een duistere periode in de Amsterdamse rechtspraak. Op 10 januari 1542 was zij de eerste persoon die in de stad wegens hekserij op de brandstapel werd terechtgesteld. Ook de Nederlanden ontkwamen in de 16e eeuw niet aan de golf van angst voor 'tovenarij' die door Europa trok, hoewel het aantal veroordelingen in onze contreien relatief beperkt bleef. Hoe zat het eigenlijk met de verdediging van de ongelukkige beschuldigden?

 

Er zijn in Amsterdam tussen 1541 en 1566 diverse heksenprocessen gevoerd. Het mag in onze rationele ogen absurd lijken, maar hekserij, ofwel 'tovenarij' zoals dat toen werd genoemd, was in de ogen van velen eeuwenlang een vaststaand feit. Vooral alleenstaande vrouwen werden daarop aangekeken, maar ook mannen konden het slachtoffer van de verdenking zijn, hoewel dat niet vaak voorkwam. Tovenarij werd vooral als gevaarlijk gezien, niet omdat een beschuldigde lukraak met betoverende spreuken rondstrooide, maar vooral omdat zij zich zou hebben overgegeven aan de Boze. Seks met Satan was dan ook vaak de beschuldiging. Die conclusie werd vaak getrokken als een bepaald persoon de pech had om steeds in de buurt van personen of dieren te zijn geweest, die daarna door vreemde ziekten werden getroffen of zelfs overleden. Als je uiterlijk dan ook nog beantwoordde aan het stereotype beeld van een toverkol, kon je het populair gezegd wel schudden. Voor de schepenrechtbank moest de verdenking wel worden bewezen, en dat gebeurde dan meestal door een bekentenis die onder folteringen of zelfs alleen maar onder dreiging van 'tortuur' werd afgedwongen, waarbij de beschuldigden vaak toegaven 's nachts bezoek van een duister persoon te hebben gehad. 

Dood tot pulver

Verbanning uit de stad was een van de mogelijke sancties die op tovenarij stond. Maar het meest tot de verbeelding spreekt het vonnis 'dood tot pulver' op de brandstapel. Engel Dirks was het eerste slachtoffer dat in Amsterdam dit oordeel over haar hoorde uitspreken. Nadat zij wegens vermeende tovenarij was opgepakt, hadden schout en schepenen geen idee hoe zij het proces moesten aanpakken, omdat het in de stad ontbrak aan een ervaren 'heksenmeester'. Er moest nu eenmaal rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat de ondervragers zelf zouden worden betoverd. Een excorcismeritueel had ook al niet het gewenste resultaat, maar nadat de hulp werd ingeroepen van Mr. Dirk van Zuylen, de befaamde Utrechtse secretaris van justitie, en met adviezen van Het Hof van Holland in 's-Gravenhage, lukte het om Engel Dirks een bekentenis af te dwingen. Het aantal veroordelingen bleef in Amsterdam overigens beperkt. Dertien jaar na de terechtstelling van Engel Dirks, was het ene Meyns Cornelis die in 1555 de twijfelachtige eer had om als laatste heks naar de brandstapel te worden geleid.





Verdediging

In de noordelijke Nederlanden werd er relatief nuchter omgesprongen met beschuldigingen van hekserij. De bekende Heksenwaag in Oudewater heeft bijvoorbeeld altijd iedereen die daar werd gewogen van hekserij vrijgepleit. Zelfs vanuit andere landen reisden potentiële beschuldigden naar Oudewater om daar aan het begeerde bewijs te komen geen heks te zijn. Maar wat als je niet in staat was om zo'n certificaat van echtheid te bemachtigen? In civiele zaken kom men zich tot een procureur wenden die als een mediator tussen de partijen fungeerde en advocaten traden alleen op in zaken van groot belang. Als je van tovenarij werd beschuldigd, had je daar dus niets aan. Wel kon voorspraak van andere burgers gewicht in de schaal leggen, en hoe meer aanzien die hadden, des te groter de kans op vrijspraak. Maar de meeste vermeende heksen zullen zulke contacten niet hebben gehad, en evenmin over voldoende geld hebben beschikt om in beroep te gaan bij het Hof van Holland - want ook die mogelijkheid bestond. Verder kon je jezelf 'ter purge stellen' - daarbij kon iedereen klachten tegen je indienen gedurende een bepaalde periode, die dan natuurlijk wel aannemelijk gemaakt moesten worden.

Vredelegging

Alle bijgeloof ten spijt, hadden beschuldigingen van tovenarij vaak minder te maken met de angst voor het bovennatuurlijke, dan met de hoop om af te rekenen met iemand waarmee je in onmin leefde. Zo moesten in Haarlem de drie dochters van de bekende Kenau Simonsdochter Hasselaer zich tussen 1594 en 1613 maar liefst zeven keer via vredelegging verdedigen tegen beschuldigen van tovenarij. Bij vredelegging werd een kwestie voor de burgemeester bijgelegd of een beschuldiging ingetrokken. Amsterdam maakte echter in 1556 een einde aan de mogelijkheid van vredelegging, omdat de partijen in de praktijk daarna alsnog hun gelijk probeerden te halen bij de schepenrechtbank. De gereformeerde kerk heeft twee decennia later de mogelijkheid van vredelegging overigens overgenomen, maar alleen voor leden van de kerk.

Dolle wezen

In 1566, een politiek en religieus onrustig jaar, kwam een einde aan de heksenprocessen in Amsterdam. Aanleiding was een curieuze situatie. De wezen van het Burgerweeshuys trokken plotseling razend en tierend door de stad, klommen op gebouwen, belaagden de woning van schout en ketterjager Pieter Fransz en vielen volgens ooggetuigen schuimbekkend en glasbrakend op de grond terwijl ze visioenen zagen. Een duidelijk gevolg van betovering, aldus velen. Fye Lievenheers, die zich als volwassen meeloper met de ongeregeldheden bemoeide, werd als eerste beschuldigd. Maar zelfs na twee dagen van foltering bekende ze niets en werd zij uiteindelijk vrijgelaten. Het was vooral de tweede verdachte Jacoba Bammen, die de pech had vlakbij het weeshuis te wonen, waardoor de kijk op de beschuldigingen van hekserij bij de magistraten veranderde. Bammen was een katholieke dame uit een aanzienlijke familie met connecties in het stadsbestuur. Ook Bammen ontkende en stelde zichzelf veertien dagen 'ter purge'. In die periode werd er geen enkele beschuldiging tegen haar ingebracht, en werd het duidelijk dat de verdachtmakingen afkomstig waren uit gereformeerde hoek. Voor het stadsbestuur was het duidelijk dat er andere belangen speelden dan de angst voor de invloed van de duivel. Hoewel er nog een enkele keer bij een verdachtmaking onderzoek werd ingesteld, is het daarna nooit meer tot nieuwe heksenprocessen gekomen in Amsterdam.

Maar de dolgedraaide weeskinderen dan? Later onderzoek in de archieven van het Burgerweeshuys wees uit dat de kinderen om kosten te besparen maandenlang moesten leven op een rantsoen van hennepkoeken. Spacecake dus.

Tuesday, July 13, 2021

The People vs. Fritz Bauer

Saw an astonishing film last Saturday: "Der Staat gegen Fritz Bauer" (The People vs. Frits Bauer). I was not yet aware of this part of the search for Adolf Eichmann. In short: in 1957, Autorney General Fritz Bauer of Bundesland Hessen receives a letter from a certain Lothar Hermann, a half-Jewish emigrant from Germany who lives in Buenos Aires, in which he reveals the address of Adolf Eichmann. 
 
His daughter is dating the son of another German emigrant. But he recognizes the father as Adolf Eichmann, whom he himself had seen in Dachau, where he had been imprisoned in 1935-1936. The film then shows Bauer being opposed by all authorities to find a way to arrest Eichmann and bring him to trial in Frankfurt. Failing that, he decides to illegally contact the Mossad and give them Eichmann's address.
 
What the film shows is that there were ex-Nazis in important positions in German society at all levels and in both management and industry (Mercedes Benz). But also that much of the legislation of the Federal Republic is simply copied from the legislation of the Third Reich. Of course, the entire Nazi culture did not disappear like a bolt from the blue on May 8, 1945.
 
This ties in with the TV series Heimat 2, which also takes place during the Wirtschaftswunder, and which also exposes the frustrations - this time of the younger generation - about how the German society was still laced with the old conservative ideology, which partly can be traced back to the Third Reich. Incidentally, Heimat 1 shows in an inimitable way how ordinary people in the 1930s were sucked into National Socialist ideas almost without their noticing.
 
What I knew about Germany in the 1950s was mainly the Wirtschaftswunder, a modern young state that rose from the ashes like a phoenix. Like how Volkswagen rose from the ruins of the Third Reich. But of course it wasn't like that. As early as 1962 there were fierce disturbances between students and the police in Munich, and Germany was in fact six years ahead of the revolt of the French students in 1968. The prevailing conservatism, the old National Socialism and the progressive youth, they rubbed against each other like tectonic plates beneath the surface, and that had to culminate in the Baader Meinhof group and Red Army Faction. But to be clear, understanding what happened in the 1970s does not mean I approve the terror of the RAF.

Der Staat gegen Fritz Bauer

 

Een verbijsterende film gezien afgelopen zaterdag: Der Staat gegen Fritz Bauer. Dit deel van de opsporing van Adolf Eichmann kende ik nog niet. In het kort: in 1957 ontvangt procureur-generaal Fritz Bauer van Bundesland Hessen een brief van ene Lothar Hermann, een half-joodse emigrant uit Duitsland die in Buenos Aires woont, waarin hij het adres meldt van Adolf Eichmann. 
 
Zijn dochter heeft verkering met de zoon van een andere Duitse emigrant. Maar daarin herkent hij Adolf Eichmann, die hijzelf in Dachau had gezien, waar hij in 1935-1936 was gevangengezet. De film toont vervolgens hoe Bauer door alle instanties wordt tegengewerkt om een manier te vinden om Eichmann te arresteren en in Frankfurt voor het gerecht te brengen. Als hem dat niet lukt, besluit hij om illegaal contact op te nemen met de Mossad, en die het adres van Eichmann te geven.
 
Wat de film toont is dat er in de Duitse samenleving op allerlei niveaus en zowel in bestuur als industrie (Mercedes Benz) ex-Nazis nog op belangrijke posten zaten. Maar ook dat veel van de wetgeving van de Bondsrepubliek gewoon is overgenomen van de wetgeving uit het Derde Rijk. De hele nazistische cultuur verdween natuurlijk niet op 8 mei 1945 als donderslag bij heldere hemel.
 
Dit sluit aan bij de tv-serie Heimat 2, die ook tijdens het Wirtschaftswunder speelt, en die eveneens frustraties blootlegt - dit keer van de jongere generatie - over hoe de Duitse samenleving nog steeds doorspekt was met het oude conservatieve gedachtegoed, dat deels kan worden teruggevoerd op het Derde Rijk. Overigens laat de eerdere serie Heimat 1 op onnavolgbare wijze zien, hoe gewone mensen in de jaren dertig vrijwel ongemerkt en zonder dat ze het zelf in de gaten hebben in het nationaalsocialistische gedachtegoed worden binnengezogen.

 
Wat ik wist van Duitsland in de jaren vijftig was vooral het Wirtschaftswunder, een moderne jonge staat die als een Feniks uit de as herrees. Zoals Volkswagen opstond uit de ruines van het Derde Rijk. Maar zo was het natuurlijk niet. In 1962 al kwam het tot felle ongeregeldheden tussen studenten en politie in München, en daarmee was Duitsland in feite de revolte van de Franse studenten in 1968 al zes jaar voor. Het heersende conservatisme, de tentakels van het oude nationaalsocialisme en de progressieve jongeren, zij schuurden als tektonische platen onder de oppervlakte tegen elkaar, en dat moest wel culmineren in de Baader Meinhof groep en Rote Armee Fraktion. Maar voor alle duidelijkheid: begrijpen wat er in de jaren zeventig gebeurde betekent niet in dat ik begrip heb voor de terreur van de RAF.

Sunday, September 10, 2017

Australia and the Petrov Affair, it all started with a Škoda

In December 1953 a wrecked Škoda triggered a series of unfortunate events, that resulted in the cutting of diplomatic ties between Moscow and Australia for five years. This is the story of a political car – and if anyone knows some more of these stories, I'd like to hear them.



 Facts: On December 23, 1953, Laventi Beria, former head of the Soviet secret service MVD (later KGB) was found guilty of treason, and executed that same day. One day later, Christmas Eve, a burned out Škoda belonging to the Russian embassy, used by embassy staffer Vladimir Petrov, was found on the side of a rural road near Canberra, the capital of Australia. On Christmas Day, Vladimir Petrov, who was assigned to the Soviet embassy together with his wife Evdokia Petrova in 1951, reported to the police claiming he was run down from the road by a red truck. The Petrovs were no regular diplomats, but spies working for the MVD, and sent to Canberra by Beria. Police investigations concluded however that though the car was turned over and burned out, there were no signs of it having collided with another vehicle.
A few days later, Vladimir Petrov defected to the Australian secret police ASIO, and agreed to tell everything he knew about Soviet spies and their contacts in Australia. As a 'Beria man' he feared for his life when returning to the USSR, and claimed that the alleged collision was a murder attempt. But Petrov had not informed his wife...


Doodstraf voor naaktlopers

In februari 1535 waren Amsterdammers getuige van een opmerkelijk schouwspel. Zeven mannen en vijf vrouwen renden zonder kleren over straat e...